Hoe gaat het vandaag met jou?

Op een schaal van 0 tot 10, hoeveel zou je scoren als de vraag was: “Hoe goed voel jij je vandaag?” De laatste tijd stel ik bij mezelf vast dat mijn gevoel van welzijn bokkensprongen maakt, zeg maar tussen de 2 en de 8 op 10. Geregeld dringt één of andere coronamaatregel namelijk met geweld mijn leven binnen. Mijn gevoel van welzijn maakt een duik. Ik graai in mijn voorraad veerkracht om de 2 weer naar boven te tillen. Dan rond ik weer de kaap van de 5, klim uit het dal. De 7 komt in zicht, dan de 8. Soms ben ik moe of moedeloos en lukt het minder goed. Dan vraagt het meer tijd, meer doorzetting.

Wij met z’n allen, 11.492.641 mensen in ons land, leven sinds 12 maart met een opeenvolging van maatregelen die ons allemaal hebben geraakt en blijven raken. Ik denk dat de mensen die kunnen stellen dat het hele gebeuren helemaal geen invloed heeft op hun leven, een bijzonder kleine minderheid uitmaken. Zo probeer ik te kijken naar de mensen om mij heen, bekenden en onbekenden: als mensen die ook op de één of andere manier, op vele manieren, door dit hele gebeuren worden geraakt.

In dat opzicht zou je kunnen denken dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. En toch… niets is minder waar. Breuklijnen verdelen ons. Diepe, etterende wonden scheuren ons maatschappelijk weefsel. Niet dat we daarvoor op corona hebben gewacht. De maandenlange crisis en stress maakt het alleen maar schrijnender, zichtbaarder. Al te vaak eigenen mensen zich het recht toe anderen met de vinger te wijzen, persoonlijk en algemeen. Telkens weer met diepe miskenning van de realiteit dat elk van ons op de één of andere manier een slachtoffer is van de crisis.

Als ik die vingerwijzingen lees en zie, in de media, in uitspraken van experts en van politici, in persoonlijke reacties op wat ik deel of schrijf, dan vraag ik mij telkens weer af hoe het zo ver is kunnen komen. Waar halen we met zijn allen zoveel hoogmoed vandaan? Waar komt de angst vandaan? Waar komt de agressie vandaan? Waarom zou er in godsnaam een schuldige (moeten) zijn?

Recent ontdekte ik een (begin van) antwoord op die vragen. Met de nadruk op een antwoord: een piste die een kader schetst om de hele crisis beter te begrijpen. Het kwam in een interview met prof. Mattias Desmet, psycholoog aan de UGent. Een aanrader! Al geef ik meteen ook mee dat ik er een dubbel gevoel aan overhield. Enerzijds snap ik beter wat er gaande is in de maatschappij, en dat versterkt het mededogen waarmee ik elke reactie van elke medemens benader. Een mededogen dat ik probeer op te brengen voor elke visie, elke reactie, zelfs de meest agressieve persoonlijk aan mijn adres. Let wel, het lukt me niet altijd… Ik blijf oefenen. Anderzijds bleef ik na het interview op mijn honger over hoe je daar als mens (homunculus) mee kan omgaan. Kun je nog een debat aangaan? Wat heeft er zin om te delen en wat niet? Is er een manier om bruggen te slaan over de diepe, etterende scheuren? Er komt een vervolginterview, liet prof. Desmet mij weten, nadat ik hem mailde om hem te bedanken voor zijn interview. Daarin zal hij dieper op die vraag ingaan: hoe ga je ermee om? Ik kijk er reikhalzend naar uit.

Intussen put ik verder uit mijn voorraad veerkracht. Mij helpt het om te schrijven, zoals dit stuk, maar ook een roman waar ik aan werk. Het helpt mij om te wandelen, ondanks het feit dat ik deze ochtend bij mijn wandeling door een politieagente aangemaand werd om in een wijk waar niemand anders liep mijn mondmasker op te zetten. Ik heb dat soort “maatregel” omgedoopt tot “zwembroekmaatregel”: even zinvol als in je zwembroek naar kantoor te gaan. Het helpt mij om de mensen van wie ik hou te steunen als zij het even niet meer kunnen hebben. Het helpt mij om even het hele gedoe te vergeten in de armen van de man van wie ik hou.

Ik hoop uit de grond van mijn hart dat jij ook telkens weer uit je voorraad veerkracht kunt putten. Dat je ook mensen om je heen hebt voor wie je nu eens de moedige kan zijn, bij wie je dan weer kunt uitrazen of uithuilen. Of ik je nu persoonlijk ken of niet, ik weet dat de kans bijzonder groot is dat jij, net als ik, op vele punten door deze crisis wordt geraakt. Ik wens je van harte dat je er zo goed mogelijk doorheen geraakt.

Wie je ook bent, er komt een dag dat we elkaar kruisen op straat en dat we een glimlach zullen uitwisselen. Er komt een dag dat mijn glimlach jouw hart verwarmt of omgekeerd. Er komt een dag dat we naast elkaar op een bankje zitten om heerlijk te genieten van de lucht die we vrij inademen. Er komt een dag dat de coronacrisis achter ons ligt. Ook dan zullen we meer dan ooit elkaars mededogen en begrip nodig hebben, om te helen.

Het zal allemaal wel een reden hebben. De transformatie die het mogelijk maakt is niet min. Rien ne nous arrive par hasard…

Comments are closed.

Up ↑

%d bloggers like this: