De willekeurige selectie

Zoals je misschien in een van mijn vorige blogs hebt gelezen, heb ik het afgelopen academiejaar het postgraduaat conferentietolken gevolgd. ‘t Is te zeggen: enkel de tolkvakken Nederlands <> Frans. Het was al een stevige brok :).

Bij de examens in juni trakteerde ik mezelf op een tweede zit voor een van de vier examens. Lekker spannend, als je dat nog nooit voorgehad hebt. Eind augustus mocht ik herkansen en slaagde ik. Nu ben ik dus een tolk. Ik zet het discours van een spreker in de ene taal à la minute om in de andere taal. Heerlijk om te doen: het vraagt heel wat hersengymnastiek, concentratie, stressbestendigheid. Intussen tolk ik ook professioneel, en ik vind het minstens even fijn in het werkveld.

Die hele leerschool heeft tegelijkertijd heel veel betekend voor mij op het persoonlijke vlak. Ik sta graag stil bij de dingen, reflecteer met plezier over de betekenis en de draagwijdte van wat ik doe, zie, lees, hoor, leer. Zo ook over het tolken.

Eigenlijk, denk ik, is het iets wat we allemaal tot op zekere hoogte van nature doen. Tolken, bedoel ik. We hanteren daarbij niet zozeer twee verschillende talen zoals Frans en Nederlands, maar wel verschillende talen van onze innerlijke archetypes. Laat ik die gedachte even verduidelijken.

Je bent ongetwijfeld bekend met het concept van het innerlijke kind, bijvoorbeeld. Of van de innerlijke criticus. Dat zijn personnages die in jezelf wonen, als het ware. Soms, bij mij althans, ontstaat er tussen innerlijke personnages discussie. Het kunnen er twee zijn of een hele troep die in de clinch gaan. Het gebeurt wel eens dat ik het hele zootje ongeregeld tot de orde moet roepen. Maar wie is die laatste “ik” dan? Die tot de orde roept? Met een beetje geluk, de volwassene :). Oh, en dan is er nog Broeder Portier waar ik onlangs over schreef, maar ook de innerlijke Warrior, de strijder. Een beetje afhankelijk van de situatie, krijg je dus een heel toneelgezelschap waarvan elkeen zijn zegje doet.

Op het moment dat je jezelf dan uit, ben je als het ware aan het tolken. De boodschap van deze of gene innerlijke persoon “vertaal” je: je geeft die op zo’n manier woorden, dat het juist voor je voelt. Dat kan heel zacht zijn, heel strak, ergens tussenin. Soms “vertaal” je ook helemaal niet. Iemand is met zijn volle spreekwoordelijke gewicht op een van je zere tenen gaan staan, en je braakt je ongenoegen rechtstreeks vanuit het innerlijke kind. Of iemand geeft je een compliment, en je innerlijke criticus veegt het kundig onder de mat.

En dan zijn er ook situaties waarin je er het zwijgen toe doet. Zip, er komt geen woord over je lippen. Dat ken ik ook, en zelfs veel meer dan sommige mensen mij zouden toedichten. Nu observeerde ik onlangs zo’n situatie, waarin een hele theatertekst ten berde gebracht werd door mijn innerlijke personae, terwijl ik helemaal niets uitte. Soms is dat de beste optie, dacht ik bij mezelf. Maar is dat echt wel zo? Zwijg ik omdat ik niets wil zeggen?

Als ik eerlijk ben, moet ik erkennen dat ik vaak zwijg omdat ik terugschrik voor het effect van wat ik zou kunnen zeggen. Het zal wel ongelegen komen, niet gehoord worden, slecht opgevat worden, de sfeer verpesten, hard overkomen, zwak overkomen,… Broeder Portier en de innerlijke criticus staan hand in hand voor het poortje en laten geen vermaledijde woord passeren. Achteraf voel ik er mij niet goed bij. Want in feite had ik wel iets kunnen zeggen. Het innerlijke kind is helemaal terug in de tijd dat het stotterde. Geen wonder, eigenlijk, dat het stottert, als de gevoelens en ervaringen op die manier staan te drummen en er is geen efficiënte weg naar buiten.

Intussen kan ik wel een hele reeks discours vlot tolken van de ene taal naar de andere, en voor sommige mensen lijkt dat veel moeilijker dan in een enkele taal te zeggen wat je te zeggen hebt. Misschien helpt het mij om technieken uit het tolken toe te passen op de drummende massa?

De meest essentiële oefening in het tolken bestaat erin om de boodschap die uitgesproken wordt, goed te vatten, en dan vooral de essentie van de boodschap. Dat zou dus de eerste stap kunnen zijn: goed luisteren naar het innerlijke gewoel, om er de essentie van de boodschap uit te filteren, om de boodschap goed te begrijpen.

Vervolgens is het zaak om die essentiële boodschap zo helder mogelijk te formuleren en uit te spreken. Als tolk in een andere taal, en eigenlijk kun je dat ook op dit innerlijke verhaal toepassen: je hanteert een andere taal dan die van het innerlijke kind, de innerlijke criticus, de warrior… Als de boodschap helemaal goed is gefilterd en verwoord, spreek je, denk ik, de taal van de volwassen ik. Jij beslist hoe je de ingrediënten mengt: een beetje innerlijk kind, een beetje warrior, een beetje dit en een beetje dat. Als je brouwsel geslaagd is, mag je tevreden zijn van de boodschap die je uit.

En meteen daarna laat je los. Bij simultaantolken is dat ook een kunde. Stel dat je in de ene zin niet meteen de geijkte term vind voor een woord dat de spreker gebruikt, dan zoek je daar een oplossing voor. Maar je mag daar niet in blijven vastzitten en verder zoeken. Dan heb je niet genoeg hercencellen ter beschikking om de volgende zin te horen en ook alweer te tolken. Ik heb dat in de lessen soms bij mezelf vastgesteld: na een oefening van een kwartier, herinnerde ik mij glashelder het woord of zelfs de zin waar ik over was gestruikeld. Dat kost energie… Loslaten is dus de boodschap. Het is voorbij. In wezen ligt jouw boodschap op dat moment bij je toehoorder, die er alle kanten mee op kan. Dat heb jij niet in de hand.

Oefening baart kunst, zegt men. Bij het tolken ben ik een jonge vogel die nog niet zo gek veel vlieguren heeft. Toch lukt het me al aardig, al zeg ik het zelf, om gelijktijdig die strategieën voor ogen te houden, te luisteren, te praten, en na te denken. Die soepelheid die mijn brein getraind heeft voor het werk, die kan ik misschien ook te baat nemen in alle andere situaties, en dan vooral in die situaties waarin ik zwijg, terwijl ik eigenlijk wel iets zou willen zeggen.

Op de keper beschouwd gaat het namelijk om een “willekeurige” selectie van situaties. Willekeurig in de zin van “aan mijn willekeur overgeleverd”. Ik scan een situatie en besluit om te zwijgen. Wat zou er gebeuren als ik alle “goede” redenen om te zwijgen even opzij zou schuiven, de ene “goede” reden om te spreken zou omarmen (namelijk: ik wil hier iets over zeggen), en als een ware tolk het innerlijke geroezemoes voor mijn toehoorder zou “tolken”, zodat die de boodschap krijgt die ik wil geven? Een ding staat vast: die boodschap zou niet liggen zieltogen op de bodem van mijn hart, omdat ik willekeurig besloten heb om te zwijgen. Misschien zou ik best wel trots zijn op mezelf, als ik erin zou slagen om de hele oefening te doen. Zelfs als ik over mijn woorden zou struikelen in het begin. Wellicht zou het best wel spannend zijn.

Ik neem mij dat dan ook voor. Geen willekeurige selectie meer. Als er een boodschap is die ik wil delen, dan verwijs ik die niet meer naar de bodem van mijn hart, alwaar het zieltogende schepsel jammert, zodat het in mij echoot.

Ach ja, en soms kies ik er ook voor om te zwijgen en is dat helemaal oké. Dan jammert en echoot het niet in mij. Er kwam iets bovendrijven, ik besloot om het niet te zeggen, en het is meegevoerd door de bries van het moment. Maar in alle situaties waarvan ik weet dat het mij achteraf niet lekker zal zitten dat ik mij niet heb geuit, wil ik de uitdaging aangaan om dat ook daadwerkelijk te doen.

Ik ben benieuwd :)…

Comments are closed.

Up ↑

%d bloggers like this: