Verlangen naar grenzen

 

Roep even dit beeld op vooraleer je verder leest:

In de oceaan van het leven ligt een eiland. Dat eiland is precies zoals jij het wil. Jij bent de enige vaste bewoner van dat eiland. Het is helemaal van jou. In het hart van dat eiland staat een tempeltje. Een tempeltje voor de Enige, een tempeltje voor Jou. Bewoners van andere eilanden kunnen aanmeren, je eiland verkennen. Je kunt andere eilandbewoners uitnodigen op je eiland, en jij kiest: blijven ze op het strand of mogen ze ook het dichte woud ontdekken, rivieren bevaren, drinken aan je bron? Wanneer jij het zegt, verlaten ze je eiland weer. Sommige eilandbewoners zijn welkom in je tempeltje. Het kan er één zijn, of enkele. Ze eren de Enige. Altijd. Dat ben jij, in je diepste wezen.

Vragen die je kunnen helpen om helderheid te krijgen over hoe jij met grenzen omgaat:

  • Vat jij vaak persoonlijk op wat anderen zeggen en doen?
  • Kies jij of kiest de ander hoe dicht of hoe ver die van jou staat?
  • Kun je een gesprek afbreken dat voor jou niet voedend is?
  • Kun je voor jezelf een grens bedenken waar jij heel juist mee omgaat?
  • Kun je voor jezelf een grens bedenken waar jij heel laks mee omgaat? Wat doet het met jou?
  • Kun je voor jezelf een grens bedenken waar jij rigide mee omgaat? Waar en wanneer is die grens ontstaan?
  • En hoe zit het in je seksuele relatie met je grenzen, je beheer van je grenzen?

Laten we even stilstaan bij het fenomeen van verlangen naar grenzen. Elke mens verlangt op de één of andere manier om zijn persoon te begrenzen, om anderen in hun effect op hem te begrenzen, om te bepalen waar zijn eigen grenzen liggen in uiteenlopende situaties. Het is een verlangen…

…dat diep in de mens ingeworteld zit.

Het weerspiegelt een intuïtief proces dat we van kind naar volwassenheid doormaken. In je ontwikkelingsproces heb je ‘ik’ leren zeggen, en er is maar één ‘ik’ op de hele wereld. Alleen als ik ‘ik’ zeg, verwijst het naar mijzelf. Als jij ‘ik’ zegt, verwijst het naar jou, als Jan ik zegt, verwijst het naar Jan, als An ‘ik’ zegt, verwijst het naar An.

Het woordje ‘ik’ is universeel. Iedereen kan in principe ‘ik’ zeggen en begrijpt ook intuïtief wat het betekent. Het woordje ‘ik’ is tegelijk het meest veranderlijke woord dat ooit is verzonnen. Want telkens iemand het in de mond neemt, betekent het iets totaal anders dan toen het daarnet door iemand anders in de mond werd genomen.

Het ik-besef is een wezenlijke stap in je ontwikkeling. Je ontwikkelt je eigen een identiteit. Je wordt een individu. Letterlijk betekent individu: je bent ondeelbaar, ongedeeld, je bent één. Jij bent jij, en niemand anders. En alles wat ‘jij’ bent, is ‘jij’.

Ondertussen behoor je ook tot een gezin, een familie, een wijk, een dorp of stad, een provincie, een land, een werelddeel en de wereld. Tussen ‘ik’ en alle andere mensen zijn er gelijkenissen en verschillen. Het is jouw unieke combinatie van gelijkenissen en verschillen die maakt dat je bent wie je bent. Het is jouw universum van elementen dat maakt dat je bent wie je bent.

Met sommige mensen ervaar je een hoge mate van ervaringsverwantschap. Jouw ervaringen en de ervaringen van die mensen zijn op vele punten vergelijkbaar, soms lijken ze zelfs precies hetzelfde. Met andere mensen heb je dan weer vooral ervaringsverschil. Nooit ben je de exacte kopie van elkaar.

In het contact met die anderen die nu eens heel dicht bij je innerlijke ervaring staan dan weer veel verder af, kun jij bepalen hoe dicht iemand komt. Dat te kunnen bepalen is wat ik noem ‘grenzen stellen’. Soms sluit je iemand helemaal aan je hart, helemaal in de binnenste cirkel van je zijn. Soms zeg je bij de eerste, buitenste cirkel al luid en duidelijk: ‘Ho maar, stop, niet dichterbij komen’. Die grenzen stellen is een fundamenteel recht dat je hebt. Het is niets meer en niets minder dan het recht om te zijn wie je bent.

Je kunt dat soms heel concreet ervaren. Neem nu een overvolle bus. Daar sta je als sardienen tegen elkaar aan geplakt en je kunt door de situatie niet bepalen hoe ver of hoe dicht iemand bij je staat. Het kan een heel aangename rit worden dicht in de buurt van mensen die jou een goed gevoel geven. Het kan evengoed een heel stresserende rit worden dicht in de buurt van mensen waar je een onaangenaam gevoel bij krijgt. Wat ook de aard is van dat gevoel. Broederlijk, zusterlijk, vaderlijk, moederlijk, vriendschappelijk. Of rechttoe rechtaan aantrekking of afstoting.

Gelukkig sta je in het leven niet altijd in een overvolle bus. Meestal is er speelruimte met de grenzen van de aanwezigen. Sommige mensen hebben daarbij de neiging om net te dicht bij jou te staan, zodat je een gevoel van overweldiging of overheersing krijgt waar je je niet fijn bij voelt. Andere mensen hebben dan weer de neiging om net te ver te blijven staan of geen oogcontact te maken wanneer ze met je praten, zodat je het gevoel hebt dat je daar maar in je eentje staat.

Die effecten hebben allemaal te maken met wat wel eens jouw emotionele lichaam wordt genoemd. Rondom je fysieke lichaam is er een gebied waarbinnen je het liefst alleen die mensen toelaat die jou een aangenaam gevoel geven. Dat gebied kan krimpen en uitzetten naargelang je innerlijke gesteldheid of de omstandigheden. Hoe klein ook, het is er altijd. Jij hebt de verantwoordelijkheid over dat emotionele lichaam. Net zoals jij de enige persoon bent die zeggenschap heeft over je lichaam, zo ben je ook de enige persoon die zeggenschap heeft over je emotionele lichaam.

Dat emotionele lichaam kan door andere personen betreden worden door de plek waarop ze gaan staan ten opzichte van jou. Het wordt ook betreden door alles wat anderen zeggen of doen. Hoe dicht bij jou de woorden en daden van anderen komen, hangt af van de manier waarop jij de grenzen van je emotionele lichaam beheert. Je kunt woorden en daden ervaren als op jou, naar jou of tegen jou gericht. Je kunt ze ook ervaren als deel uitmakend van het emotionele lichaam van die andere persoon, geheel naar haar waarheid en inzichten. Tussen het één en het ander ligt een continuüm. Tussen het één en het ander laveer jij met jouw grens. Jouw grens is je eigen verantwoordelijkheid.

Het verlangen naar een gezond beheer van je grenzen geeft jou de ruimte om te zijn wie je bent. Hoe beter jij jezelf voelt bij je hoogstpersoonlijke beheer van je eigen grenzen, des te beter zal je kunnen functioneren in een relatie. Het lijkt misschien evident en natuurlijk, en toch is het helemaal niet vanzelfsprekend. Het recht om je eigen grenzen te bepalen is lang niet voor iedereen duidelijk beschikbaar. Doorheen onze ontwikkeling leren we niet noodzakelijk op een constructieve en doeltreffende manier om te gaan met onze eigen grenzen.

Sommige van onze grenzen worden herhaaldelijk met de voeten getreden, andere worden niet gezien. Sommige grenzen durven we niet hanteren omwille van sociale druk. Of omdat de prijs die we zouden moeten betalen ons te hoog lijkt. Tegen de tijd dat we volwassen zijn, kunnen onze grenzen en ons beheer daarvan al duchtig getraumatiseerd zijn. In je intieme relatie komen jouw eigen beheer van je grenzen en het beheer van zijn grenzen door je partner in aanraking met elkaar. Die ontmoeting legt de krachten en de kwetsuren in die grenzen bloot. Ze nodigt je aldus uit om te groeien.

Comments are closed.

Powered by WordPress.com.

Up ↑

%d bloggers like this: