De paraplu

De paraplu

Deze namiddag is het mot-regenachtig herfstweer in mijn schilderachtige dorp aan de Leie. Het is een weertje waarin ik graag een wandeling maak. Omwille van de geuren. De kleuren. De stilte in de druppels op de bladeren. Ik wandel zonder hoed of muts en zonder paraplu. Ik houd van de frivoliteit die in mijn haar krult bij dit weer. Ik hoor in mij de verontwaardigde stem van mijn overgrootmoeder die hier lang geleden woonde. “Meisje toch, je haalt je nog een verkoudheid op de hals, of erger.” Zij zou niet met haar haren in de regen wandelen. Ze zou gearmd hebben gewandeld met haar man, die voor haar de paraplu vasthield.

Een vrouw kruist mijn pad. Kaarsrecht is ze, met strakke laarzen, strakke blik. En een hand strak om de komma van haar paraplu geklemd. Ik kan het zelf, zegt haar hele lichaam. En ze kijkt denigrerend naar mijn frivole krullen, mijn flower-power aquamarijn blauwe gilet met bloemen en kabouterkap, mijn rode laarzen met witte stippen. Als we elkaar passeren, hoor ik haar medelijdende zucht. Ja, zij heeft het toch maar gemaakt. Ik hoor de vrouw gedecideerd haar weg verderzetten achter mij. Zelf stap ik geamuseerd door een dik pak bladeren.

Bijna als een kind voel ik mij, geklemd tussen die twee beelden: de strakke vrouw en mijn overgrootmoeder. Het grootste verschil dat ik zie, ligt in de paraplu. En ik bedenk: als ik onder een paraplu loop, dan wil ik dat het is zoals mijn overgrootmoeder het beliefde. Aan de arm van mijn geliefde, veilig onder zijn paraplu. Hoe onvoorstelbaar ouderwets, niet? Ik voel dat het een diepere betekenis heeft.

Tussen mijn overgrootmoeder en de strakke vrouw liggen decennia van evolutie. Daarin, als een grote revolutie, de opkomst van het feminisme. De vrouwen zijn ontwaakt uit een ondergeschiktheid waarin ze zich niet goed meer voelden en hebben een plek veroverd onder de zon. Wat zou ik daar als vrouw nu in godsnaam tegen kunnen inbrengen? Ik pluk zelf de vruchten van die evolutie, als zelfstandige vrouw met een eigen carrière. Hoe warm mijn moederhart ook klopt, moeder aan de haard, dat zou mij niet liggen. De vrouwen hebben de voorbije decennia veel bereikt. Gelijke kansen, gelijke rechten. En het werk is nog niet helemaal af, zo lijkt. Nog lees je soms berichten die om gelijkheid schreeuwen, inkomensgelijkheid, gelijke kansen op het werk. Maar vergeleken bij mijn overgrootmoeder, is het toch allemaal veel verbeterd. Of hebben we ook een prijs betaald?

Want zie je, als ik mezelf in het verhaal van de strakke vrouw wil persen, voel ik mij stikken. Daar mis ik ook een stuk van mezelf. Zij heeft het nochtans gemaakt. Zij is bijna het archetype van de vrijgevochten vrouw. Ze kan en mag het allemaal zelf. Victorie! Ik heb in mijn business-jaren zelfs de machtige carrièrevrouw ontmoet. Zij heeft zo goed de mannelijke manager geobserveerd, dat ze zonder enige moeite een verbeterde versie van de rol neerzet. Ze maakt analyses scherp als haar naaldhakken. Ze stippelt projecten uit strak als haar mantelpak. Dodelijk efficiënt, schitterend als ze aan jouw kant staat, o wee als je op haar tenen trapt.

Oké, het is gelukt. We zijn gelijk. En nu? Nu hebben we een wereld gecreëerd waarin de vrouw haar eigen paraplu kan dragen. En de man ook. Elk zijn eigen paraplu. Gelijk.

Als ik mij nu de mensen voor de geest haal die ik ken en ik vul er in gedachten het dorpsplein mee, dan zie ik een chaotische menigte. Alsof die overvloed aan paraplu’s het o zo moeilijk maakt om een gebalanceerde manier te vinden om veilig uit de regen te gaan staan. De éne man schuilt onder madames paraplu, de andere staat te huilen in de regen dat hij er niet onder mag. De éne vrouw pakt een heer bij de hand als was hij een kind, de andere schermt haar paraplu-ruimte venijnig af. Nog anderen proberen elk onder hun eigen paraplu te blijven terwijl ze elkaar alsnog de hand proberen te reiken. Wat een janboel, wat een janboel! We zijn gelijk…

Gelijkheid, daar zat een prijs aan vast die ons vervreemde van onze werkelijke kern. We hebben een bocht afgesneden, een woord ontmand. Niet de gelijkheid, maar de gelijkwaardigheid brengt ons de transformatie die zowel onze eigenheid als onze verbinding met elkaar ten goede komt. Waardig vrouw zijn, waardig man zijn, en in die waardigheid gelijk. Als vrouw waardig je arm schuiven onder de waardige arm van je geliefde, die voor jou de paraplu draagt. Omdat je dan elk in je eigenheid helemaal in je kracht komt. De vrouw in haar vrouwelijke kracht, de man in zijn mannelijke kracht.

Hoe je dat concreet vertaalt naar het dagdagelijkse leven? Dat zal wel niet vanzelfsprekend zijn. Het concept op zich omarmen is een begin.

Ik wis in gedachten alle mensen van het dorpsplein en wandel blij gemutst terug naar huis. Ik ruik de warme chocolademelk al die de herfstkou uit mijn cellen zal verjagen. En ik neem mij het volgende voor: Ik vraag straks aan mijn geliefde of hij vanaf nu altijd voor ons de paraplu wil vasthouden…

Comments are closed.

Up ↑

%d bloggers like this: